Delen?
Pooyan Tamimi Arab kijkt in zijn onderzoek naar openbare uitingen van de islam, zoals moskeeën, en de oproep tot gebed, en hoe mensen die ervaren. In de Nederlandse praktijk stuiten die uitingen nog op veel weerstand. Moslims hebben volgens de wet het recht op openbare beleving van hun geloof, maar in de praktijk is acceptatie door niet-moslims nog ver weg.

Pooyan Tamimi Arab kwam via een omweg terecht bij de religiewetenschappen. "Ik ben begonnen met natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam, maar stapte al snel over, eerst naar kunstgeschiedenis en daarna ook filosofie. Uiteindelijk ben ik na een promotie in de culturele antropologie op de afdeling Filosofie en Religiewetenschap in Utrecht terechtgekomen."

Toch heeft die eerste ervaring met de natuurkunde een blijvende indruk gemaakt, ook in de manier waarop Tamimi Arab nadenkt over de geesteswetenschappen. "Immanuel Kant verwoordt het heel mooi, namelijk dat de wereld van astronomische feiten de mens in staat stelt zichzelf als kleiner dan ooit voor te stellen."

Religieuze rituelen
Tijdens zijn studie filosofie kwam Tamimi Arab in aanraking met godsdienstfilosofie. Vooral door de colleges van Victor Kal (Universiteit van Amsterdam) raakte hij geïnteresseerd in religieuze rituelen. "Zo op het eerste gezicht spelen rituelen in het Joodse geloof en de islam een belangrijkere rol dan in het protestantisme. In die verschillen ben ik me verder gaan verdiepen, vooral met betrekking tot de openbare uitingen van de islam."

De islamitische oproep tot gebed, de azan, is voor gelovigen een uiting van hun wens om religie in het openbaar te beleven. Voor veel Nederlandse moslims is de oproep tot gebed een belangrijk ritueel dat niet achter de voordeur hoort. "Bovendien is het toegestaan, zoals de Hare Krishna dat doen, om met een megafoon in de hand op straat het geloof te belijden", zegt hij.

"Daarom zijn moslims geschokt door het verzet in Nederland tegen de azan, maar ook niet-moslims zijn vaak geschokt: “Moet dat nou echt, die herrie?” In mijn promotieonderzoek naar het publieke debat hierover bleek hoe geluid een rode grens van tolerantie vormt, meer nog dan de bouw van islamitische gebedshuizen."

Fundamentele vrijheden
Volgens Tamimi Arab is de islamitische oproep tot gebed op theoretisch niveau een voorbeeld van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, en de omgang met religieuze diversiteit. Immers, de oproep tot gebed is juridisch gelijk gesteld aan het luiden van kerkklokken. Veel mensen vinden het geluid van kerkklokken acceptabel, maar bij de azan van een moskee ligt dat anders. "Ik ben nieuwsgierig naar die onderliggende noties en hoe die zich verhouden tot burgerschap."

Musea en universiteiten worstelen met de vraag hoe ze moeten omgaan met afbeeldingen van de Profeet Mohammed. Religiewetenschapper Pooyan Tamimi Arab (Universiteit Utrecht) trekt een grens. Een interview met dagblad Trouw (18-04-2017)
Gebedsoproepen vanuit moskeeën wekken wrevel in de Nederlandse samenleving. De Fatihmoskee in Oldenzaal begint onder kritiek met een proef. De reactie legt volgens promovendus Pooyan Tamimi Arab bloot dat veel Nederlanders niet tolerant zijn, maar dat tolerantie wordt afgedwongen door wetten en bestuurders. Interview met het Reformatorisch Dagblad (01-06-2015).